Commissie van indicatiestelling

Criteria voor Indicatiestelling

Speciaal Onderwijs en leerlinggebonden financiering


Om in aanmerking te komen voor een plaats in het Speciaal Onderwijs (SO / VSO) of voor een Rugzak in het reguliere onderwijs, is een indicatie voor het SO vereist. Er wordt een speciale Commissie voor Indicatiestelling (CvI) ingesteld, die gaat bekijken welk kind in aanmerking komt voor een indicatie. Zij doen dat op grond van landelijke vastgesteld criteria. De Tijdelijke Commissie Advisering Indicatiestelling (TCAI) heeft hiervoor per onderwijscluster criteria opgesteld. Hieronder kunt u lezen hoe deze criteria eruit zien.

Overzicht onderwijsclusters

De indicatiecriteria zijn per onderwijscluster + per schoolsoort binnen het cluster opgesteld. Hieronder volgt een overzicht van de clusters en de scholen die eronder vallen.

Cluster 1:

Cluster 2:

Cluster 3:

Cluster 4:

Indicatiecriteria

De Commissie voor de Indicatiestelling (CvI) kijkt kort gezegd naar drie zaken:

 Hieronder vindt u per cluster de indicatiecriteria.

Cluster 2
 

onderwijs aan indicatiecriteria
Dove kinderen Gehoorbeperking is groter dan 80 dB bij het beste oor
 
Of 

Gehoorverlies tussen 70 en 80 dB, maar het kind kan niet goed gebruik maken van het restgehoor (dooffunctionerend)
Slechthorende kinderen

Gehoorbeperking tussen 35 en 80 dB bij het beste oor

en

Het kind heeft een leerachterstand of de leervoorwaarden voor school ontbreken

of

Het kind ondervindt ernstige problemen in de communicatie

en

Duidelijk moet zijn dat de beschikbare zorgstructuur van het reguliere onderwijs en vanuit de zorgsector niet toereikend is.
 


Kinderen met ernstige spraak en/of taalmoeilijkheden

Het kind heeft een ernstige spraak-/taalstoornis waarvoor het kind ook therapie heeft gekregen wat niet heeft geleid tot verbetering

of

Het kind heeft een ernstige spraaktaalstoornis en nog een andere stoornis
 

of


Het kind heeft door een andere stoornis veel moeite met het gebruik van taal in sociale situaties, bijvoorbeeld bij sommige kinderen met een stoornis uit het autistisch spectrum

en

Het kind heeft een leerachterstand of de leervoorwaarden voor school ontbreken

of
 
Het kind ondervindt ernstige problemen in de communicatie

en

Duidelijk moet zijn dat de beschikbare zorgstructuur van het reguliere onderwijs en vanuit de zorgsector niet toereikend is.

Meervoudig gehandicapte kinderen Kinderen met een gehoorbeperking vanaf 35 dB en groter bij het beste oor en een non-verbaal IQ lager dan 70.


Cluster 3

 
onderwijs aan indicatiecriteria
Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)

inderen met een IQ lager dan 60 en een geringe sociale redzaamheid

of


kinderen met een IQ tussen 60 en 70 en een andere stoornis

en

Het kind heeft een leerachterstand of de leervoorwaarden voor school ontbreken

en

Het kind ondervindt ernstige problemen met de sociale redzaamheid

en

Duidelijk moet zijn dat de beschikbare zorgstructuur van het reguliere onderwijs en vanuit de zorgsector niet toereikend is.

Kinderen die langdurig ziek zijn (LKZ)

Kinderen met een chronische/langdurige ziekte

en

Het kind heeft door zijn ziekte een leerachterstand of de leervoorwaarden voor school ontbreken

of

Het kind verzuimt een kwart van de effectieve leertijd

of

Het kind heeft een geringe zelfredzaamheid

en

Duidelijk moet zijn dat de beschikbare zorgstructuur van het reguliere onderwijs en vanuit de zorgsector niet toereikend is. 

Kinderen met een lichamelijke handicap

Het kind heeft een stoornis of meerdere stoornissen waardoor het motorische beperkingen ondervindt

En

Het kind heeft door zijn stoornis een leerachterstand of de leervoorwaarden voor school ontbreken

Of

Het kind verzuimt een kwart van de effectieve leertijd

Of

Het kind heeft een geringe zelfredzaamheid

En

Duidelijk moet zijn dat de beschikbare zorgstructuur van het reguliere onderwijs en vanuit de zorgsector niet toereikend is.

Meervoudig gehandicapte kinderen Kinderen met een lichamelijke handicap en IQ lager dan 70
 
Of
kinderen met een diepe stoornis in de intellectuele ontwikkeling
 
Of
kinderen met een ernstige stoornis in de intellectuele ontwikkeling met een zeer beperkt gedragsrepertoire en bijkomende medische of gedragsproblemen.


Cluster 4

 
onderwijs aan indicatiecriteria
Kinderen met ernstige gedragsproblemen, met ontwikkelings-problemen in/of psychiatrische problemen

Kinderen met een psychische stoornis/ontwikkelingspathologie;

en

met ernstige sociaal-emotionele of gedragsproblemen in de schoolsituatie en thuis of bij vrije tijdsbesteding;

en

door de sociaal-emotionele problematiek kan het kind niet profiteren van het onderwijs of vormt het een bedreiging voor zichzelf of voor anderen; 

en

er wordt gerichte hulp verleend door een voorziening voor jeugdzorg (Jeugdhulpverlening, Jeugd-GGZ) of hulp van een kinder-psychiatrische voorziening of Jeugdbescherming. Duidelijk moet zijn dat de beschikbare zorgstructuur van het reguliere onderwijs en vanuit de zorgsector niet toereikend is. 



Kinderen met meerdere stoornissen en/of beperkingen

Kinderen hebben soms meerdere stoornissen of beperkingen waardoor zij gelet op de criteria in meerdere clusters terecht zouden kunnen. Als dit het geval is worden de volgende afwegingen gehanteerd.

  1. Als het kind doof of slechthorend is en een andere stoornis of beperking heeft (bijv. verstandelijk gehandicapt of gedragsproblemen) dan komt het kind in aanmerking voor een school in cluster 2.
  2. Als het kind blind of slechtziend is en een andere stoornis of beperking heeft (bijvoorbeeld verstandelijk gehandicapt, gedragsproblemen) dan wordt het kond verwezen naar cluster 1.
  3. Wanneer een kind een lager IQ dan 70 en een andere stoornis of beperking heeft (maar geen zintuiglijke beperkingen) dan komt het kind in aanmerking voor een school in cluster 3.
  4. Heeft het kind ernstige gedragsproblemen en ook andere stoornissen en beperkingen (maar geen zintuiglijke of verstandelijke beperking) dan komt het kind in aanmerking voor een school in cluster 4.